Geschreven door Connie Grevers

Toegevoegd op 9 juni 2013

Opening tentoonstelling: Utilité van Ellen Korth


Op zondag 2 juni werd in Bocholt in Duitsland de tentoonstelling Utilité van
Ellen Korth geopend. De tentoonstelling is in het industriemuseum dat valt
onder het Westfälisches Landesmuseum für Industriekultur.
Het museum de spinnerij genaamd (er is namelijk ook een deel in Bocholt
dat de weverij heet) is een aantal jaren geleden geopend. Het gebouw is al
bijzonder. Een oude fabriek gebouwd in de eerste periode van de Industriële revolutie.
De kolossen van beton en staal zijn goed te zien. Samen met moeder Henny waren
we uitgenodigd voor de opening.


Beneden in de hal start de tentoonstelling met de wand met handen. Door het geluid
van breinaalden ondersteunt. Op de tweede verdieping hangen de foto’s. Niet een
gewone foto op papier, maar de foto’s zijn op doeken gedrukt van ongeveer 1,5 bij 1 meter.
De doeken zijn van beide zijden te zien. Dit zijn de foto’s uit het boek. En ja hoor,
ik hang ook samen met mijn zus Anke in het museum en op de band hoorde ik duidelijk
de stem van mijn moeder.
De handen van ons zijn ook te zien. Op kisten liggen de foto’s onder glas. Natuurlijk
is er ook een vitrine met allerlei werkstukken die door de verschillende mensen die
zijn gefotografeerd, zijn gemaakt.


Tijdens de opening werd gesproken door Thomas Janzen van het Kunstmuseum in Krefeld.
Hij vertelde dat hij het bijzonder vond dat er foto’s van ambachtslieden en hobbyisten
in een industriemuseum werden tentoongesteld tijdens het uitoefen van hun hobby.
Daarnaast vond hij het opmerkelijk dat geen van de hobbyisten het eindresultaat, het
product, als ultieme daad zag, maar het proces, de tijd tijdens het doen van hun handwerk,
als het meest bijzondere werd ervaren. Het werd als een meditatief moment beschouwd.
Dit geldt zeker van mij. Voor het boek moesten we opschrijven wat wij belangrijk vinden
en vonden bij het doen van in ons geval, breien. Voor mijzelf betekent breien een
rustmoment van de dag, waarbij ik de dag nog eens even doorneem en dit als een soort
meditatief moment ervaar.
Aan het eind van de ochtend werden we uitgenodigd voor een buffet op de bovenste
verdieping van het museum. Het restaurant gaf een weidse blik over de stad Bocholt.
Voor de ramen waren staaldraden gespannen die de kettingdraden van een weefwerk
moeten verbeelden. In de verte zagen we de Aa-see. Dit is een aangelegd meer.
De zon scheen, de bootjes voeren over het water. Henny en ik hebben er nog even
heerlijk gewandeld en genoten van de prachtige natuur.

Tot en met 29 september 2013 is deze tentoonstelling nog te bezoeken.
Zeker de moeite waard.