Geschreven door Connie Grevers

Toegevoegd op 14 april 2013

Vondst 3

De muts is weer als nieuw. De vorige keer stond er nog een strook op een plankje te drogen.
Inmiddels zit de strook op de muts en is de tweede strook er aan toegevoegd.
Dit opnaaien moet met de hand. Het gaat ook per boogje. Precies tellen hoeveel je per steek
er tussen houdt.

foto 1: de eerste plooirand aan de vorokant zit erop. foto 2:, recht over het mutsje loopt een muizentandje. foto 3: de twee plooirand is er ook opgezet.

Het naaien van de stroken is oppassen geblazen. Ten eerste moet je ervoor zorgen dat je
super schone handen hebt. Elk vlekje zie je op de muts. Ten tweede je prikt je snel in de
vingers. De stof is zo stijf gesteven dat je echt kracht moet zetten om door de stof heen
te kunnen prikken.
Eerst worden de twee voorstroken op de muts vastgezet. Dan komt de achterstrook. De
achterstrook wordt nadat het gesteven is, gevouwen. Het vouwen is een precies werkje
en je moet de vouwen precies gelijk hebben. Vanuit het midden van de strook beginnen
we te vouwen en als hulpmiddel gebruiken we een kartonnetje om omheen te vouwen.
Zo krijgen we de vouwen haaks op de stof.

De achterstrook wordt gevouwen en dan met de hand op de muts genaaid.

Op de foto’s kunt u zien hoe de muts weer helemaal gesteven en geplooid is. De muts
moet in het donker bewaard worden anders “vergeeld” de muts.

Al met al zijn we nu tenminste vijf werkuren verder. Hierbij wordt niet de droogtijd
gerekend. Een heel karwei. Als je dit weet begrijp je ook waarom de vrouwen deze
muts alleen droegen als “opknappertje” Wanneer je uit huis ging, dan droeg je de muts,
kwam je thuis dan zette je als eerst de muts af. Net wanneer we nu de jas uit doen.