Geschreven door Connie Grevers

Toegevoegd op 26 november 2010

Ht wassen van de muts, deel 3

We spreken bij een muts van een kap (de bol die je op het hoofd hebt) en van een voor- en achterstrook.


De strook met pinnen hebben we een aantal dagen laten drogen. Voorzichtig halen we de pinnetjes
eruit en leggen de strook in de koperen bak. (zie foto)


Aan de koperen bak is een stukje karkas gespannen. Karkas is ijzerdraad omwikkeld met katoenen
garen. Dit zorgt er voor dat de plooien in model blijven.
De voorstrook wordt plooi voor plooi aan het karkas gezet. De zijkant netjes omgebogen en in een
plooi gevouwen. Nu is de voorstrook klaar om aan de voorkant van de muts genaaid te worden.
Hiervoor zijn verschillende manieren en iedere mutsenmaakster had haar eigen manier hoe ze het
deed. Dit was als het ware het “visitekaartje” van de mutsenmaakster. Je kon zien wie de muts had geplooid.

Zo komen we af en toe nog een muts tegen die onze oma heeft opgeplooid. En dan moet je voorstellen dat
oma (1906-1997) de laatste 20 jaar van haar leven geen mutsen meer plooide.

De achterstook is inmiddels ook in de stijfsel geweest en gestreken. U kunt op de foto zien hoe lang de
strook is. (tussen de 1,5 en 2 meter) We vouwen de strook en gaan deze plooien.
Dit schrijf ik in het laatste blog over het (op)maken van de knipmuts.