Geschreven door Connie Grevers

Toegevoegd op 10 december 2010

Het wassen van de muts, deel 4 (laatste deel)

De voorstrook zit aan de muts, de achterstrook is geplooid en wordt nu aan de kap genaaid.
Bij het aannaaien van de achterstrook is het een kwestie van ervaring hoe je dat moet doen.
Moeilijk om uit te leggen, want als je het te vast doet, hangt de strook niet goed, doe je het
te los, dan ook niet. Ervaring, oefenen, passen en uithalen. Na veer oefenen weet je hoe het
moet en wat het materiaal doet.

Wanneer de achterstrook aan de kap zit, worden de plooien nogmaals aangezet met een
plooi-ijzer. Het plooi-ijzer wordt warm gemaakt en je plooit zo de muts.
De muts is schoon en gesteven en kan zo worden bewaard.

Tijdens het wassen, strijken en plooien is het steeds afwachten wat de conditie is van de muts.
Zo is ons wel eens overkomen dat tijdens het wassen, strijken of plooien er gaten in de tule
komen. Hier kun je weinig aan doen. De stof is vergankelijk.

Vanwege de vergankelijkheid, de veelheid van het ontbinden van het materiaal, maakt Henny
geen mutsen meer op.
Helaas, zo gaat er een stukje cultuur verloren. De dochters Anke en Connie kennen wel de
theorie, maar missen de handigheid en de tijd om dit te gaan doen.
Dit is het geval met veel technieken. De tijd ontbreekt en er zijn niet de geldelijke middelen
om er dagelijks mee aan het werk te gaan.
Het beroep van mutsenmaakster sterft uit.