Geschreven door Connie Grevers

Toegevoegd op 23 september 2010

Het wassen van de muts, deel 2


De muts is gewassen. Mooi wit geworden na het drogen.
Allereerst nu oppassen voor vliegen. Zodra je een vlieg hebt, dan gaat die op de muts zitten en laat dan zijn sporen achter.

De muts wordt in de stijfsel gezet. In dit geval rijstestijfsel. Dit is nog te koop in o.a. plaatsen als Staphorst en Middelburg.
Rijstestijfsel is koud water stijfsel. In tegenstelling van produkten zoals crackfree, dat je met kokend water aanmaakt.

Rijstestijfsel maak je aan met koud water. Dit moet je van te voren doen zodat de stijfsel goed in water kan oplossen.
Een paar dagen eerder. Op je aanrecht een bakje stijfsel en telkens wanneer je er langs loopt, roer je de stijfsel zodat
het goed oplost.
Als de stijfsel goed is opgelost, doop je de voor en achterstrook in de stijfsel. Knijp de boel goed uit en herhaal nogmaals.
Dan knijp je de voor- en achterstrook in een handdoek droog. De kap (of de bol) zet je niet in de stijfsel. Wanneer je dit
wel doet en de muts opzet, dan trek je de kap kapot.

De voor- en schterstrook gaan we dan strijken. Dit is een precies werkje. Wanneer het strijkijzer te heet is dan verbrandt
de stijfsel. Is het strijkijzer te koud dan wordt de strook niet droog en bij te veel strijken kleurt de stijfsel geel. De strook
is stijf genoeg wanneer de strook aanvoelt als papier. Je kan er makkelijk een vouw in leggen.

Als de stroken zijn gesteven dan worden ze geplooid.
De voorstrook op een plooiplankje met kleine pinnejtes. (zie foto)
Wanneer alle pinnen op de plank zitten, wordt het plooiplankje met pinnen boven kokend water gehouden.
De strook wordt vochtig. Nu de strook met pinnen een aantal dagen laten drogen.